|
|
Koogerkerk.nl |
||
|
|
|||
|
|
|
Dominee A.G. Reede (1885-1890)Afscheiding (een stukje kerkelijke geschiedenis waardoor men beter de verwikkelingen begrijpen kan in Zuid-Scharwoude en Noord-Scharwoude ten tijde van ds. A.G. Reede) Op 13 oktober 1834 ondertekende de kerkeraad van Ulrum, geleid door de predikant Hendrik de Cock, een Acte van Afscheiding of Wederkering. Deze akte betoogde dat de Ned. Herv. kerk een valse kerk was geworden. In diverse kringen heerste namelijk ontstemming over de afwijking van de oude gereformeerde leer en het loslaten van het gezag van de Formulieren van Enigheid sinds de Hervormde Kerk in 1816 een nieuwe organisatie had gekregen. Diverse kerken volgden dit voorbeeld, waardoor predikanten werden ontzet uit hun ambt, of geschorst. Op basis van de Code Pénal uit de Napoleontische tijd, werd hen het houden van godsdienstbijeenkomsten praktisch onmogelijk gemaakt. Zij noemden zich Gereformeerden, maar dat werd ook verboden. In het begin hadden zij weinig aanhang. Er waren een zestal afgezette leraren, waarbij zich nog vier academisch gevormde leraren voegden. Zij organiseerden in maart 1836 in Amsterdam een Synode waarbij zij de Koning vrijheid van hun kerkelijke bijeenkomsten vroegen. Dit werd niet geweigerd, maar wel werden daar strenge voorschriften aan verbonden. Wanneer er meer dan 20 volgelingen samenkwamen was daar toestemming van de plaatselijke besturen voor nodig. Daarbij moesten dan alle namen van de deelnemers, hun woonplaats, en voorts het tijdstip en plaats van samenkomst worden opgegeven. In de praktijk werden zij niet voor vol aangezien en sterk tegengewerkt. De beweging won echter veld en kreeg medestanders. Twee jaar later, in 1838, kregen zij de zo fel begeerde vrijheid van samenkomst. Ook zij echter ontkwamen niet aan onderlinge meningsverschillen hetgeen er toe leidde dat ds.Van Raalte in de jaren veertig naar de Verenigde Staten emigreerde met veel aanhangers; die voegden zich daar bij de Reformed Church of vormden na 1857 de Christian Reformed Church. Sinds 1869 heetten de afgescheiden gemeenten: Christelijke Gereformeerde Kerk. Het grootste deel ervan verenigde zich in 1892 met de Gereformeerde kerken, die uit de Doleantie (1886) onder leiding van Abraham Kuyper ontstaan waren. Zij die met deze beweging niet meegingen, vormen thans de Christelijke Gereformeerde Kerken. Eén ervan staat er in Broek. Aan het aantal geparkeerde auto's tijdens de diensten mag men afleiden dat deze gemeenschap een regionale functie heeft. Ook in Zuid-Scharwoude ontkwam de Nederduitsch Hervormde gemeente niet aan verschillen in opvatting over de kerkelijke leer en organisatie. Zo schreven Jan Bak Jzn en A. Hartog op 9.12.1887 een brief aan de kerkeraad waarin zij deze opwekten de reformatie der kerk ter hand te nemen. In het vrijzinnige Zuid-Scharwoude was daar uiteraard geen sprake van, en al op 30 december kregen zij een brief op poten terug waarin zij door ds. A.G. Reede ernstig terecht werden gewezen. In deze brief zette hij duidelijk uiteen hoe beide mannen zich, door zich aan te sluiten bij de revolutionaire beweging van dr. A. Kuyper, in en tegenover de kerk zich schuldig maakten aan opstand tegen de wetten, besturen en reglementen der Ned. Herv. kerk. De mannen gaven echter niet op, en in een tweede brief van 6 januari 1888 schreven zij aan ds. A.G. Reede dat ook C. Bak Jzn, C. Bak Jaczn en Cornelis Ootjers Azn zich bij hen gevoegd hadden. De kerkeraad constateerde droogjes dat deze vijf lidmaten zich daarmee openlijk hadden aangesloten bij een nieuwe gemeente, zich noemende de Ned. Gereformeerd Kerk (gewoonlijk de dolerende geheten) en dus alle banden met de Ned. Herv. Kerk hadden verbroken. En passant werd genoteerd dat Klaas Kliffen Kzn te Zuid-Scharwoude zich ook zou hebben aangesloten bij de nieuwe gemeente, aangezien hij aldaar zijn kind door de heer P. van Son, afgezet predikant te Amsterdam, had laten dopen. Noord-Scharwoude gold daarmee als verdacht gebied. Enkele dagen daarna, op 9 januari 1888 werd er door de gereformeerde kerk aldaar een openbare samenkomst gehouden olv de heer P. van Son. De predikant van Zuid-Scharwoude, ds. A.G. Reede, was ook daarvoor uitgenodigd om de zaak van de zes afvalligen te bespreken. Die bijeenkomst liep slecht af voor alle betrokkenen. Het werd oproer omdat er niet naar rede geluisterd werd en de standpunten al bij voorbaat vast stonden. Ds. A.G. Reede vertrok dan ook op een gegeven moment. Men wond zich daarna zo op dat er met kerkboeken en bijbels werd gesmeten. Straatstenen vlogen door de ruiten en Van Son moest schielijk met een vletje naar de Spoorstraat worden gebracht om vandaar het station in Noord-Scharwoude te bereiken. Burgemeester en veldwachter moesten er aan te pas komen om de orde te herstellen. Elke weg tot verzoening met de zes afvalligen om de "door hen begane verkeerdheden door raadgeving en terechtwijzing in den geest van broederlijke liefde uit de weg te ruimen" was nu definitief afgesloten. De kerkeraad van Zuid-Scharwoude verklaarde op basis van een aantal artikelen uit de kerkorde dat de zes personen:
De beslissing werd gepubliceerd in de Kerkelijke Courant, het weekblad van de N.H. kerk. Op 13 februari 1888 werden de verklaring en de gevolgen daarvan bekrachtigd en ondertekend door de predikant van Zuid-Scharwoude, ds.A.G. Reede, de ouderlingen C. Voerman, Kl. Zeeman en Jacob Pluister, en de diakenen Cornelis Berkhouwer en Pieter Molenaar. Op 5 maart 1888 kwam de kerkeraad nogmaals bijeen om met elkaar over de zaak te spreken. Er werd een brief opgesteld (zie afbeelding) en ondertekend door alle leden van de kerkenraad, nu ook door Jb Kroon Jbz, waarin de uitspraak werd geformuleerd, conform art 3 van de Algemene Reglementen. Deze brief werd aan de zes betrokkenen toegezonden. Afschriften werden verstuurd aan de Classis te Alkmaar, aan de Minister van Staat, de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Justitie, de Burgemeester van Zuid-Scharwoude en aan het College van Kerkvoogden en Notabelen van de Herv. Gem. te Zuid-Scharwoude. Dit College vormde namelijk een apart onderdeel van het kerkbestuur en hield zich uitsluitend bezig met stoffelijke zaken. Ook deze brief werd weer in de Kerkelijke Courant gepubliceerd, zodat iedereen in de buurt op de hoogte was van de gang van zaken. bron: Van Otterplaat tot Groenveldsweid, 8ste Jaargang nr 1 (okt 2002) | ||||||||||||||||||||||||||
| |
||||||||||||||||||||||||||||